Wetsvoorstel Wet versobering pensioenopbouw aangenomen

De Tweede Kamer heeft op 6 maart 2014 het wetsvoorstel Wet versobering pensioenopbouw aangenomen. Maar er komen via een afzonderlijk wetsvoorstel nog substantiële wijzigingen op het oorspronkelijke wetsvoorstel. Zo mogen pensioenfondsen straks toch vrijwillig netto-pensioen van werknemers met een pensioengevend inkomen boven € 100.000 uitvoeren. Oorspronkelijk zouden alleen verzekeraars en banken dit via een netto-lijfrente mogen uitvoeren, maar de Tweede Kamer was ervoor beducht dat uitsluiting van een bepaalde categorie aanbieders (pensioenfondsen) het product duurder zou maken. Een andere belangrijke wijziging is dat een netto-lijfrente (en naar wij aannemen dus ook een netto-pensioen) niet afkoopbaar wordt.
Bovenstaande wijzigingen heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën aan de Tweede Kamer toegezegd in een wetgevingsoverleg op 3 maart 2014. Momenteel is van het wetgevingsoverleg nog geen schriftelijk verslag beschikbaar waardoor we ons voorlopig moeten baseren op hetgeen hierover in de dagbladpers (FD) is bericht.

Andere vermeldenswaardige punten
Onlangs zijn ook de Tweede nota van wijziging en de Nota naar aanleiding van het nader verslag van het wetsvoorstel verschenen. Deze bevatten enkele punten die vermeldenswaard zijn.

•    Nettolijfrenten worden net als gewone lijfrenten waarvan de premie aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting ook vrijgesteld van erfbelasting. Dat netto-lijfrenten nog niet waren vrijgesteld van erfbelasting, was een omissie zo blijkt uit de Nota naar aanleiding van het nader verslag. Bij tweede nota van wijziging van dit wetsvoorstel is dit rechtgezet. Wij gaan er van uit dat deze vrijstelling ook gaat gelden voor de netto-pensioenvariant.

•    Een netto-lijfrente is geen pensioen in de zin van de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling. Dat kan onder meer tot gevolg hebben dat verzekeraars voor het afsluiten van een netto-lijfrente een medische keuring als voorwaarde kunnen stellen. Voor de netto-pensioenvariant geldt dit niet.

•    De maximering van het pensioengevend loon (€ 100.000) geldt niet voor arbeidsongeschiktheidspensioen.

•    Deelnemers van een nettolijfrente hoeven hun lijfrentekapitaal niet persé onder te brengen bij een verzekeraar en daarmee een levenslange lijfrente aankopen. Zij kunnen het benodigde kapitaal ook onderbrengen bij een beleggingsinstelling om daarmee later het tegoed in gelijke termijnen laten uitkeren (banksparen in de uitkeringsfase).

•    Er komt nog een besluit met daarin regels voor de verplichte kostentransparantie wat betreft de uitvoeringskosten van pensioenfondsen.

Bron: Tweede Kamer, 6 maart 2014, nr. 33847.

2015-11-02T20:36:36+00:00